Heb ik het als Installatieverantwoordelijke/Werkverantwoordelijke goed gedaan?

Als er toch iets gebeurt, hoe weet ik dan of ik het als Installatieverantwoordelijke/Werkverantwoordelijke (IV/WV) goed heb gedaan?

Dat begint met de vraag: goed gedaan in de ogen van wie? Het kan om meerdere partijen gaan:

  1. de provincie of gemeente (gebruiksvergunning);
  2. de Inspectie SZW (Arbeidsinspectie);
  3. de werkgever of één of meerdere werknemers;
  4. de verzekeraar.

De eerste twee voorbeelden vallen onder het publiekrecht. De twee onderste vallen onder het privaatrecht. Publiekrecht regelt de verhouding tussen burgers en overheid.

De Inspectie SZW houdt toezicht op de naleving van de Arbowet. Ze voert controles uit op basis van klachten over arbeidsomstandigheden of meldingen van arbeidsongevallen. De inspectie kan ook langskomen in het kader van een project, bijvoorbeeld om een bepaald arbeidsrisico of een bepaalde sector beter te controleren.

Stel dat de Inspectie SZW een controle doet op elektrische veiligheid. Waar kijkt de inspecteur dan naar?

De inspecteur maakt gebruik van een BasisInspectieModule (BIM). Dit is een werkinstructie voor inspecteurs van de Inspectie SZW. Basisinspectiemodules zijn primair bedoeld voor intern gebruik door de Inspectie SZW, maar kunnen ook door derden worden gebruikt om inzicht te krijgen in de manier waarop geïnspecteerd wordt. Voor de IV/WV is de Basisinspectiemodule Elektrische installaties en werkzaamheden een handig hulpmiddel om te checken hoe het er voorstaat met het elektrische veiligheidsbeleid.

https://www.inspectieszw.nl/publicaties/richtlijnen/2014/06/15/bim-elektrische-installaties-en-werkzaamheden

Artikelen uit het Arbobesluit (o.a. artikel 3.2, 3.4, 3.5) worden als uitgangspunt gebruikt, alsook NEN 3140 en NEN 3840. Deze normen worden gezien als de “stand van de wetenschap” en geven invulling aan de wet- en regelgeving.

Twee opvallende details die ik tegenkwam in dit document:

  • RI&E: Indien elektrische gevaren niet genoemd staan in de RI&E kan gevraagd worden of er wel “deskundige” bijstand is verleend (blz. 5).
  • Het niet of onvolledig opgenomen zijn van elektrische risico’s in de RI&E kan voortkomen uit het feit dat de bij de totstandkoming verleende deskundige bijstand niet deskundig genoeg is. De Installatie- of werkverantwoordelijke kunnen hier een rol van betekenis spelen (blz. 8).

Dat is een gouden tip voor zowel de veiligheidskundige als de IV/WV: zoek de samenwerking met elkaar op voor een blijvende verbetering en borging van het elektrotechnisch veiligheidsbeleid.

Thumbnail
Rob Kaspers
Trainer NEN 3140